Iedereen weet dat in een strenge winter voor verwarming meer gas nodig is dan in een zachte winter. Om het gasverbruik van twee verschillende jaren eerlijk met elkaar te vergelijken moet het gasverbruik worden gecorrigeerd voor deze weersinvloeden. Dit gebeurt door het werkelijke verbruik om te rekenen naar het verbruik dat nodig zou zijn voor een jaar met gemiddelde temperaturen. Als correctiefactor wordt hiervoor gebruik gemaakt van zogenaamde "gewogen graaddagen".
Deze worden per dag bepaald door het verschil te nemen tussen de stookgrens en de gemiddelde buitentemperatuur. De stookgrens is de (buiten)temperatuur waarbij de centrale verwarming wordt uitgeschakeld, omdat die niet meer nodig is. Die grens is op 18°C genomen. De gemiddelde buitentemperatuur kan men berekenen door elk uur van de dag te meten, en dan het totaal te delen door 24.
Tel alle graaddagen van een jaar bij elkaar op en u heeft het aantal graaddagen in dat jaar. Een gemiddeld jaar in De Bilt heeft 3179 graaddagen. Dichter bij zee is dit aantal wat lager en landinwaarts wat hoger. Het aardgasverbruik kan worden gecorrigeerd met behulp van de volgende formule:
gecorr. verbruik = werkelijk verbruik x gemidd. aantal graaddagen
: (gedeeld door) het werkelijk aantal graaddagen
Anders dan vaak gedacht wordt, levert het verwerken van meterstanden alleen geen enkele besparing op. Dat is pas het geval als de resultaten aanzetten tot actie. In onze optiek is het resultaat van de verwerking - de tabellen en grafieken - meer een motivatie- en beleidsinstrument, dan een beheersinstrument.
Wij gebruiken ze dus ook niet om te zien of installaties goed functioneren. Dat doen we wel door te controleren of de temperaturen in de verschillende vertrekken overeenstemmen met de wens van de gebouwenbeheerder. Een chauffeur of garagemonteur kijken ook niet naar het benzineverbruik om te controleren of de motor goed loopt.....
Dat neemt natuurlijk niet weg dat het opzetten van een energieregistratie behoorlijk zinnig is. Men kan er bijvoorbeeld prima beleid op maken. Een beleidsmedewerker van de gemeente kan aan zo'n registratie zien, dat bepaalde gebouwen veel meer gas en/of electriciteit gebruiken dan andere vergelijkbare gebouwen. Daar moet dan iets mee gedaan worden! Zelf weet hij natuurlijk niet waar het probleem zit, maar daar zijn dan ook anderen voor (CV Tuning bijvoorbeeld).
Daarnaast is een registratie zeer motiverend. Een beheerder ziet daaraan dat zijn werk (het nemen van maatregelen) niet voor niets geweest is. Hetzelfde geldt voor gebouwengebruikers. Het licht uit doen mag een heikel punt zijn, het helpt echt als men ziet dat het ook iets oplevert (en nog meer als dat iets ten goede komt aan iedereen).
We hebben voor de verwerking van gasmeterstanden een eigen computerprogramma ontwikkeld. Dat is gebaseerd op de (gewogen) graaddagenmethode van Novem, waarbij wij voor de graaddagen via internet gebruik maken van 16 verschillende weerstations. Deze aanpak heeft een nauwkeurigheid van ± 3%.
In de maanden mei t/m augustus worden de gasverbruiken niet gecorrigeerd. Dit heeft een technische reden. Omdat in de formule voor de correctie gedeeld wordt door de som van het aantal graaddagen van die periode, en het aantal graaddagen in de zomermaanden heel laag is, kan het gecorrigeerde verbruik ontzettend hoog worden, terwijl er in feite niets aan de hand is. In deze maanden is het werkelijk verbruik alleen van belang.
Het elektriciteitsverbruik wordt sowieso niet gecorrigeerd, omdat het weinig zinvol is.
Deze opzet heeft het verwerken van energieverbruiken heel goedkoop gemaakt. De kosten zijn zo'n € 35,- per keer (incl. BTW), en daarvoor kunnen 12 standen aangeleverd worden. Het is zo goedkoop omdat niet meer gedaan wordt dan nodig is. Alleen de historie is voor een beheerder interessant. Als men wil weten wat de oorzaak van verschillen is, dan moet men zelf maar nagaan wat er allemaal in het gebouw gebeurd is. Zelfs de ingewikkelste formules geven daar toch nooit voldoende uitsluitsel over.