Temperatuurverschillen in een gebouw kan men alleen oplossen door middel van waterzijdig inregelen. Dat is een eenmalige handeling waarmee men de maximale doorstroomopeningen van de radiatorkranen op elkaar afstelt. De juiste instelling is afhankelijk van de afstand van de radiator tot de ketel. Hoe verder, hoe minder druk er zal zijn, en hoe groter de opening zal moeten zijn. Die maximale doorstroomopening stelt men in door het binnenwerk van een radiatorkraan in te stellen. Het kan ook door een voetventiel te verdraaien (zie foto). Gebruikers kunnen de kraan daarna nog steeds open en dicht draaien, maar nooit verder open dan de vooringestelde maximale doorstroomopeningen. Wel regelmatig blijven ontluchten. Want lucht blokkert de doorstroming. Dit waterzijdig inregelen is de belangrijkste maatregel in een cv-optimaliseringstraject, omdat het de voorwaarde schept om een hoofdregeling scherp en goed af te stellen.