Zoals we gezegd hebben weersafhankelijke regelingen het probleem dat ze 's nachts niet 'uit' kunnen sturen. De regeling kiest een lagere stooklijn, waarna de brander alleen minder vaak gaat branden. De nachttemperatuur blijft kunstmatig hoog, en dat kost onnodig energie. (Zie ook het onderzoek minimale nachttemperatuur.)
Dit probleem kan men oplossen door 's nachts over te schakelen op een thermostatische regeling. Een weersafhankelijke regeling met optimalisering doet dat. Overdag stookt de installatie weersafhankelijk, en 's nachts thermostatisch.
Een optimalisering kan nog meer. Omdat het gebouw 's nachts nu verder afkoelt dan bij de weersafhankelijke regeling, zal deze 's morgens ook eerder moeten 'aan'gaan dan daarvoor, anders blijft het te lang koud. De tweede functie van een optimalisering is dat deze het moment van 'aan'gaan zelf bepaalt. De regelaar onthoudt de tijdsduur die nodig was om het gebouw de dag(en) ervoor aan te warmen, en leidt daarvan het aanwarmtijdstip van de volgende dag af. Een optimalisering wordt daarom wel een zelflerende regeling genoemd.
Een optimalisering is een prachtig instrument, en wat ons betreft mag de weersafhankelijke regeling zonder optimalisering verboden worden. In moderne cv-installaties in utiliteitsgebouwen zit deze er tegenwoordig ook vrijwel altijd bij, maar in huishoudens vrijwel nooit! Het kost zo'n € 100,- extra, en dat heeft men er niet voor over. Logisch, weersafhankelijke regelingen worden gepresenteerd als energiebesparend, en misleidende termen als spaartemperatuur versterken dat idee. Ze schaden echter het milieu, en kosten de gebruikers op termijn flink wat geld.
Let er wel op dat met de komst van de optimalisering de referentieruimte ook weer terug komt. De regelaar (of de binnenvoeler) moet op een representatieve plaats gehangen worden, en alleen 's nachts moeten ramen en deuren dicht blijven. Overdag maakt dat niet uit, want dan wordt er immers weersafhankelijk gestookt.